Het is altijd weer verwonderlijk voor Nederlanders om te ontdekken dat er in Vlaanderen nog iets bestaat wat hier in het Noorden al lang uitgestorven is: de linksmensch. Althans, zo heet het in pejoratief Geen Stijl taalgebruik, wat we hier maar als geuzennaam gebruiken. Wat precies de oorzaken zijn voor het uitsterven van de Noord-Nederlandse linksmensch (klimatologisch, voedselvoorziening, etc), is onduidelijk. Maar goed, genoeg gepraat. Hier een recent gehouden lezing van de Vlaming Jan Blommaert. Het is een oproep tot links om zichzelf en haar leer, de marxistische theorie af te stoffen en te herwaarderen. Extreem leesbaar, vooringenomen Nederlanders kunnen makkelijk over de paar Vlaamse specificiteiten heen lezen. Ook hier in pdf.
Jaap Kruithof Lezing, februari 2010, Gent
Redelijk Links
Jan Blommaert
In zijn magistrale boek ‘De Rode Vlag’ schrijft David Priestland dat socialisme en communisme steeds twee gezichten hadden. Het ene was een romantisch gezicht, het tweede een technocratisch gezicht. Het romantische socialisme ging uit van de kracht van de massa en de volkswil, het koos voor revolutie en zelfopoffering, voor rotsvaste beginselen, consequentie en ideologische rechtlijnigheid, en voor een socialistische cultuur van puurheid, zuiverheid en toewijding. Mao Zedong was zeker een romantisch socialist, en hetzelfde geldt voor mensen als Franz Fanon en Che Guevara. Het technocratische socialisme was het socialisme van het Plan en van de organisatie, van de partijstructuren, de rationaliteit, de wetenschap en de heldere analyse – het Wetenschappelijke Socialisme kortom. In dit technocratisch socialisme ging het om de resultaten, en werd minder de nadruk gelegd op ideologische schokbestendigheid. Ook hier denken we meteen aan mensen als Stalin, Zhou Enlai, Brezhnev of, bij ons, Hendrik De Man. Priestland argumenteert dat socialistische projecten op hun best waren wanneer de twee aspecten samen gingen, wanneer revolutionair vuur gekoppeld werd aan grondige en robuuste analyse en organisatie. Als we hier namen moeten op plakken denken we in de eerste plaats aan Marx zelf, maar ook aan mensen zoals Lenin, Luxemburg, Gramsci, Ernest Mandel of Eric Hobsbawm. Het zal wel zo zijn dat elke prominente socialist doorheen fasen gaat van romantiek en van technocratie, en dat het overwicht van het ene over het andere doorgaans in zijn context moet gezien worden. Men is romantischer wanneer men een kleine machteloze beweging is, dan wanneer men een grote, machtige staat moet beheren. Men is allicht ook meer bezeten van revolutionair vuur wanneer een revolutie broodnodig is en tot de mogelijkheden behoort, dan wanneer men zelf een revolutie moet afwenden om aan de macht te blijven. Het feit blijft dat men socialisme best definieert als een combinatie van emotie en redelijkheid, van ferme en vaste beginselen gekoppeld aan klare en rationele analyse, van utopie en concrete verwezenlijkingen.