Kraken is al vele malen doodverklaard. Deze keer is de dreiging serieuzer dan voorheen. Ook kraken zit in limbo. De goedkeuring van een kraakverbod door de conservatieve meerderheid in de kamer, lijkt een serieuze mogelijkheid. Samen met de affaire rond GroenLinks-politicus Wijnand Duyvendak, behelst dit niets anders dan een afrekening met de tijdgeest van de jaren tachtig en de rol van de roemruchte kraakbeweging daarin. Het is het sluiten van de boeken, het omslaan van de pagina. Kraken zou niet meer passen bij deze tijd. Nu de Dag des Oordeels snel naderbij komt, heeft men, om tegenwicht te bieden aan alle negatieve publiciteit, een witboek kraken opgezet. Het volgende artikel is de oproep daartoe, en het artikel daarna is een afrekening met de tijdgeest, in vlammend proza. Kraken gaat tenslotte door, maar moet zelf ook ontsnappen uit de schaduw van de jaren ’80.
Pleidooi voor een Witboek Kraken
Tjebbe van Tijen
Het is nu 40 jaar geleden dat het woord ‘kraken’ meer is gaan betekenen dan een knarsend, brekend geluid, of het openbreken van brandkasten en andere bewaarplaatsen van waardevolle zaken - in de zin van ‘een kraakje zetten’, of ‘de brandkastkraker’. Het was in een keldertje in de Amsterdamse Koestraat, onder de woning van beeldhouwer Hans ’t Mannetje, dat ‘Woningburo de Kraker’ in de vroege winter van 1968 het licht zag. Het kraken - in de zin van het bezetten van een leegstaande woning of het zonder rechtmatige titel in gebruik nemen daarvan - werd niet in de Koestraat uitgevonden. Maar het woord ‘kraken’ werd hier voor het eerst gebruikt voor een al bestaande praktijk van persoonlijk initiatief om een oplossing te vinden voor het gemis aan eigen woonruimte. Niet in de verre toekomst door het stemmen op een bepaalde partij, of door zich aan te sluiten bij organisaties die voorgeven de wereld te gaan veranderen... maar in het hier en nu, door eigenhandig ongebruikte woonruimte te betrekken. Daar is weinig voor nodig: wat inzicht in het ontgrendelen of omzeilen van afsluitende voorzieningen, of beter nog, een list waardoor het binnentreden zonder enige vorm van braak plaatsvindt. Daarnaast is het van belang om de woning daadwerkelijk in gebruik te nemen, door het plaatsen van bed, tafel en stoel. Daarmee is volgens het Nederlands recht een woning in bewoonde staat gebracht, waarbij het feit dat die handeling zonder toestemming van de eigenaar van de betreffende woning plaatsvindt, nog niet betekent dat dit zelfgeïnitieerde verblijf geen enkele legale status heeft.
Het recht op een woning is niet direct verankerd in de Nederlandse grondwet, toch zijn er rechtsgronden die zwaar wegen, zoals de ‘vrijwaring van huisvredebreuk’1, ook wel huisrecht genoemd, artikel 172 van de Grondwet. Dit betekent dat eenieder recht heeft op het gesloten houden van zijn/haar voordeur. Behalve voor autoriteiten die een huiszoekings- of een ontruimingsbevel hebben, is het binnendringen van een in gebruik zijnde woning een strafrechtelijke overtreding. Zelfs de voet tussen de deur van een politieagent of een ingehuurde krachtpatser wordt in het Nederlands recht aangemerkt als ‘huisvredebreuk’. De rechten van een huiseigenaar om niet gewenste bewoning te doen staken zijn afdwingbaar, maar dat gaat dan via de rechter.
Het hebben van een legale ‘titel’, een overeenkomst, voor het gebruiken van een woning, is dus geen noodzakelijke voorwaarde om een leegstaande woning weer om te toveren in een bewoonde woning. Het kan zonder een huur- of koopovereenkomst. Nu is er aan dat meestal kortdurend recht van ‘vrijwaring van huisvredebreuk’ (wat ook voor alle keurige legale bewoners in Nederland geldt – my home is my castle) door aan huiseigenaren gelieerde belangengroepen in de afgelopen decennia ernstig geknaagd, maar het basisprincipe van ‘het huisrecht’ dat in de eerste plaats de bewoner en niet de eigenaar beschermt, is blijven bestaan als fundamenteel grondrecht.
Het was de plaatselijke afdeling van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) die op basis van enkele ontruimingsincidenten in de afgelopen twee jaar een Zwartboek Kraken heeft opgesteld, dat ik vanavond op de televisie besproken zag door het NCRV-programma Netwerk. ‘Boek’ is voor zover ik op tv kon zien teveel gezegd, het blijkt een inderhaast met een snelbinder bijeengeraapt aantal A4’tjes te zijn waarin gewelddaden van krakers aan de kaak gesteld worden. Dit moet dan de basis vormen van een Tweede Kamerdebat waarin voor eens en altijd een einde gemaakt zal worden aan het kraken van woonruimte in Nederland. Ik zal het geschrift morgen direct bij de VVD-fractie van de Amsterdamse gemeenteraad opvragen en bestuderen, om te zien hoe zwartkijkerig het boekje is2. Het kan best zijn dat er feiten in staan die waar, bijna waar of wellicht niet helemaal waar zijn. De journalisten van Netwerk hadden een vaag soort hoor en wederhoor toegepast, maar voor eigen onderzoek was kennelijk noch tijd noch budget beschikbaar. ‘De feiten achter het nieuws’ boven tafel halen blijft op de landelijke televisie vaak niet meer dan een wensdroom...
De gewelddadigheid van zowel kraakbeweging als de tegen haar optredende politie valt mijn inziens reuze mee. In veertig jaar van soms bijzonder gewelddadig ogende confrontaties, tot hele veldslagen aan toe met inzetting van vele honderden tot in enkele gevallen tot meer dan duizend man/vrouw politie is geen enkel dodelijk slachtoffer gevallen (de dood van een inmiddels vrijwel in vergetelheid geraakte kraker Hans Kok in een politiecel een decennium of wat terug, was niet echt een direct gevolg van een botsing tussen politie en krakers, maar meer te wijten aan persoonlijke gezondheidsklachten en onwelwillende bewakers).
Dat feit van zoveel confrontaties zonder doden of massale hoeveelheden gewonden (aan beide zijden) is meer dan een klein wonder. Het heeft een duidelijke oorzaak: dat is de aanwezigheid van inzicht in het verband tussen gewenste doelen en toegepaste middelen. Een inzicht dat zowel bij krakers als bij wetsdienaren aanwezig moet zijn geweest.
Ik herinner mij nog hoe wij - nu meer dan dertig jaar geleden - als activisten in de Nieuwmarkt vergaderden over de organisatie van ons verzet tegen de aanleg van de metro door de Nieuwmarkt-buurt. Ons doel was niet alleen behoud van de bezette woningen, maar ook van de Nieuwmarktbuurt als woonbuurt (daar waar de toenmalige stadsbestuurders eerst plannen hadden voor een metro met daarbovenop een snelweg en daarlangs kantoorgebouwen). Een van onze slogans was: “We gaan niet sterven voor een straatje.”
Met andere woorden, we zagen van te voren in dat er een limiet was aan de tegenstand die we zouden kunnen bieden tegen een overheid/staat die het gewelds-monopolie heeft – dat officieel wordt uitgeoefend in het ‘algemeen belang.’ Dat wij een andere visie op het algemeen belang hadden, is waar, maar wij waren ons toch wel bewust van de beperktheid van onze middelen van verzet en van het belang van de innige band tussen doel en middelen in een actie. Hoe zouden wij ons ideaal van een egalitaire samenleving kunnen afdwingen met zeg eens gijzeling van personen of het plegen van bomaanslagen?
Interessant is het hierbij in herinnering te roepen dat er wel degelijk een bomaanslag gepleegd is op de bouwwerken van de Amsterdamse metro (in de Bijlmermeer), maar nadat die eerst door het stadsbestuur aan onze actiegroep werd toegeschreven, bleek dat die het werk was van een ultrarechtse samenzweerdersgroep rond Max Lewin (over wiens banden met de Nederlandse veiligheidsdienst en aanverwante organisaties tot op heden onduidelijkheid bestaat). Destijds heeft het Wijkcentrum d’Oude Stadt het stadsbestuur wegens smaad voor de rechter gesleept en deze zaak moeiteloos gewonnen.
Hier zijn we terug bij de actuele situatie waar -geheel in Oosteuropese stijl ons op de televisie wapens getoond worden die volgens de gemeentelijke zegslieden als levensbedreigend wapentuig gezien moeten worden gericht tegen de handhavers van de openbare orde: de politie. Of deze wapens daadwerkelijk gebruikt zijn blijft onduidelijk, het betoog gaat voornamelijk over de potentiële dreiging en de noodzaak die dreiging op te heffen. Wat verbazing wekt is de simpele conclusie afkomstig van de ‘spontane coalitie’ tussen ordehandhavende politiediensten en huizenbezit verdedigende VVD’ers, dat een simpel kraakverbod zou leiden tot het verdwijnen van de primaire motivatie om te kraken: de woningnood. Het lijkt mij dat het afdwingen van een totaal verbod op kraken eerder meer geweld veroorzaakt. Hoe denken al degenen die het idee van een kraakverbod steunen dat verbod ook af te dwingen? Stel dat ze via de Tweede Kamer en de daaropvolgende wetgevende instanties zo’n verbod zouden weten te krijgen, wat is het meer dan nog maar eens een extra wettelijke stok om het instinctief ‘woningzoekende beest’ mee af te straffen, weg te jagen? Krijgen we een nieuw soort strafmaat, strafkampen, heropvoedingsgestichten? Worden er geldboetes opgelegd die jonge mensen hun leven lang aan de bedelstaf zullen brengen?
En verder, wat als de wat slimmere krakers - ik ken heel wat juristen en zelfs een rechter die hun wooncarrière als kraker zijn begonnen - de wettigheid op een algemeen verbod van kraken voor diezelfde rechtstaat succesvol weten aan te vechten?
Nu een zwartboek met een zwarte kijk op de wereld is gelanceerd, is het misschien een idee om dan ook maar een Witboek voor te stellen. Een Witboek Kraken, want dat hoeft niet een dun gevalletje van een mager aantal negatieve feitjes op bijeengeraapte A4’tjes te zijn... er is genoeg Wit materiaal voor een fors boekwerk! Er zijn enkel in Amsterdam meer dan een honderd gebouwen of panden die dankzij het kraken - en in eerste instantie ook ondanks de ontroerend-goedsector, woningbouw-verenigingen en overheid - toegevoegd zijn aan het woningbestand, dikwijls voor de lagere inkomens (vele duizenden woningen in het totaal). Er zijn hele buurten gered van de ondergang die ooit bedreigd werden door de kaalslagplannen van toenmalige stadsplanners. Tot de dag van vandaag zie je groepen buitenlandse stedenbouw- en woonspecialisten die rondgeleid worden in buurten en wijken die hun huidige vorm mede te danken hebben aan de actie en inspiratie van verschillende generaties krakers (Nieuwmarktbuurt, Dapperbuurt, de Pijp, Staatsliedenbuurt, KNSM-eiland). Er zijn meerdere grote woningbouwverenigingen die op enig moment door krakers genomen initiatieven hebben onder-steund en daar-mee een vaak fundamentele wending aan hun afnemende aanwezigheid in de Amsterdamse binnenstad hebben weten te geven. De gemeente heeft in meerdere instanties door krakers ingezet beleid beloond met de aankoop of legalisatie van woon- en werkruimte. Cultuurtempels als Paradiso en De Melkweg zijn in hun vroegste geschiedenis ‘veroverd’ door krakers. Het Stedelijk Museum huist nu samen in een pand met een galerie (W139) die ooit in het Blauwlakenblok begon als kraakgalerie. Meerdere culturele festivals hebben hun oorsprong in de kraakbeweging, en de bloeiperiode in de zeventiger en tachtiger jaren van Amsterdam als jonge cultuurstad kwam uit die zelfde beweging voort (Aorta, Radio 100, Pleinwerker, Conradstraat). Als we kijken naar breder georiënteerde sociale en culturele initiatieven waar iedere stad trots op zou zijn dan is een goed deel daarvan gevoed door diezelfde kraakbeweging: stadstuinen, buurtfeesten, kindercrèches, theaters, galeries, scholen, de eerste skateboardbaan in Amsterdam...
Wij van Woningburo De Kraker gooiden destijds de ruiten in van wat toen huisjesmelkers genoemd werden, met een in een baksteen gewikkeld manifest, getekend door de nu beroemde in Parijs huizende cartoonist Willem: “Heren Huisjesmelkers en Makelaars,” stond er op, “... uw tijd is gekomen.” Let wel, het waren geen brandbommen en de stenen werden steeds met de nachtpost bezorgd. Nooit is er iemand gewond geraakt. Illegaal zo’n daad? Jazeker. Gewelddadig? Dat zou ik willen ontkennen, in die zin dat het ging om geweld tegen goederen, en zonder direct gevaar voor personen. Het beplakken of van leuzen voorzien van muren en ramen hoort volgens mij thuis in dezelfde groep van symbolische handelingen.
De grens tussen symbolisch (bedoeld) geweld en echt levensbedreigend geweld is vaak enkel terugblikkend herkenbaar. Een symbolische actie kan van het ene moment op het andere omslaan in haar tegendeel, soms zelfs omgekeerd. Onder een losse vrije gemeenschap van goedbedoelenden kunnen zich altijd kwaadwillenden mengen, maar is dat nu een typisch kenmerk voor krakers? Horen wij dat niet bijna elke dag over andere groepen met minder beredeneerde en minder sociale dadendrang, zoals voetbalsupporters en hangjongeren (of komt minister Rouvoet binnenkort met een ‘algemeen hangverbod’?). Mij lijkt het beleid van de huidige burgemeester van Amsterdam en zijn politiekorpsstaf onwijs en confronterend, met weinig besef van de maatschappelijke ongelijkheden die ervoor zorgen dat het fenomeen kraker überhaupt bestaat. Het stelselmatig afschilderen van krakers als misdadig, zoals ook het benadrukken van de aanwezigheid van ‘buitenlanders’ onder de krakers (alsof de stad Amsterdam iets tegen buitenlanders zou dienen te hebben) schept een sfeer waaruit - als dat maar lang genoeg doorgezet wordt - uiteindelijk en jammerlijk genoeg een daadwerkelijk gewelddadige situatie kan ontstaan. In een stad waar de massale puur commerciële drugshandel gedoogd wordt zou ook gedoogruimte voor krakers moeten zijn. Want laat dit gezegd zijn: als alles legaal en volgens wet en regel zou gebeuren zou de hele Nederlandse samenleving binnen de kortste keren ‘krakend’ tot stilstand komen.
Tjebbe van Tijen is kunstenaar en nam deel aan de protesten in de Nieuwmarktbuurt tegen de metroaanleg.
Noten:
1 Laat eenieder die aan het debat over krakers en een kraakverbod wil deelnemen eerst het juridische proefschrift “Het Huisrecht – the inviolability of the home” van Antonius Quirinus Cornelis Tak lezen, gepubliceerd in 1973 bij de Universiteit Utrecht)
“Het karakter van het huisrecht als grondrecht moet worden gezocht in de sfeer van de persoonlijke vrijheid van het individu, een erkenning van de wezenlijke behoefte van de mens om een plaats te hebben waar hij ongestoord volkomen zichzelf kan zijn, een oase van rust en veiligheid die hem zijn eigen persoonlijkheid kan doen hervinden, wanneer deelname aan de gemeenschap hem tijdelijk te veel is geworden.”
2 Bij navraag bleek het Zwartboek niets meer dan een conceptrapport te zijn. De reactie van VVD’er Bas van ’t Wout op mijn verzoek: “Wat Netwerk, ondanks mijn verzoek, verzuimde te melden, is dat wij bezig zijn met het opstellen van een zwartboek. Het getoonde is een concept”.