“In maatschappijen waar moderne productie-omstandigheden overheersen, doet het leven zich voor als een immense verzameling spektakels. Alles dat ooit direct geleefd werd, heeft zich teruggetrokken in een representatie.”
Guy Debord, De spektakelmaatschappij (1967)
I Was A Teenage Porn Star: nog geen achttien en toch zo naakt als Jezus op een rond bed boven de bananenbar in de rosse buurt, omhelst door zes camera’s met wijde geile ogen en twee beeldschermen waarin ik mezelf kon zien terwijl ik daar op dat bed in ieder roze gat geneukt werd - door een man die ik toch amper kende, dacht ik zo bij mezelf, al hadden we vaker gezegd dat we van elkaar hielden. Er was koffiemelk voor de cum-shot bij het pijpen (je hield ‘t in je mond tot je er bijna ziek van werd) die blik op mijn gezicht - door het zweterig aftrekkend creditcard publiek liefst als puberale seksangst en/of onverdraaglijke geilheid gezien - kwam vaak door het net-niet-kotsen, door het laat-het-toch-snel-voorbij-zijn, door de onverdraaglijke verveling van het professionele pornoster-bestaan. We hadden crèmespoeling voor de cum-shot over de borsten, allerlei trucjes om anale seks te verneppen, namaaknamen die we af en toe verveeld tegen elkaar riepen als het kreunen en hijgen ons even te veel werd. “O ja, do it to me,” zong ik lief, mijn blauwe ogen groot weerspiegeld op het plakkerig tv-schermpje waarnaar ik steeds obsessiever keek, om te zien of ik het wel goed deed. Ik was - en ben - heel erg professioneel in dat opzicht, en ik deed al het mogelijke om vooral een goede show te geven. Als er iets tragisch aan was, is het dat wel; dat ik best snel heel goed in mijn werk wist te worden. Ik had in mijn korte leven nog helemaal niet zo veel seksuele ervaring opgedaan, al vond ik toen van wel, zoals andere jongeren van zeventien ongetwijfeld ook van zichzelf vinden. In dat opzicht was ik gewoon een wild weggelopen zweefkind zoals vele anderen die of in de seksindustrie beland zijn ofwel in de kraakbeweging, grote vangnetten voor de verloren kinderen van deze wereld. En hoewel het absoluut bij het patroon past (de seksindustrie als groot parasitair beest dat zich voedt met de zielen van al het verloren straattuig ter wereld wat er nog een beetje uitziet), vind ik zelf dat kinderen, of ze nu wild zijn of braaf, absoluut niet in de seksindustrie horen. Pornografie had en heeft heel weinig met seks te maken, maar toch duurde het jaren voordat ik ‘gewoon’ weer kon vrijen, zonder steeds over haar/zijn schouder te kijken naar een denkbeeldig tv-schermpje in het bovenste linkerhoekje van de kamer: doe ik het goed? Doe ik het geil? Zie ik eruit? Ja, ja, zo… do it to me, zong ik verveeld en verloren, en m’n lichaam wist wel wat het moest om telkens weer die geweldige show neer te zetten, terwijl ik zachtjes weggleed naar het bovenste linkerhoekje van de kamer, ver boven mijn lichaam en dat van mijn minnaar, die voorspelbaar en teleurstellend hevig reageerde op mijn automatische trucjes en die er altijd veels te geil van werd om mij het gevoel te geven dat ik een keertje met die trucjes op moest houden.
Voor m’n eerste dienst bij het internetseksbedrijf waar ik de komende maanden zou gaan werken, stond ik te kijken in de spiegel van de kleed/wachtkamer. Daar stond een jong en ietwat bang meisje terug te kijken, verkleed in een goedkoop stringonderbroekje en een te grote, van moeder gekregen oude, zwarte balconette-beha. Ik keek in haar ogen en ik dacht wat zenuwachtig dat het vast wel leuk zou zijn voor de verandering, zo’n pornobaantje. En als ik het niet leuk vond zou ik tenminste wat over seks kunnen leren om er vervolgens waanzinnig goed in te zijn. Het enige wat ik echter leerde is de kunst van verneppen en verbergen. Ik leerde heus niet beter te pijpen, maar wel om een bepaalde geile blik te gebruiken bij de daad; ik leerde te kijken alsof ik er plezier van kreeg als m’n jongen zich voor mijn ogen ging aftrekken; ik leerde me neer te zetten als een groot-ogig en geheel passief poppetje dat zuchtte in geile anticipatie als er een pik voor d’r neus gezwaaid werd, als een vinger in een of ander gat gestoken werd, gewoon omdat iemand daar zat te kijken. Want daarvoor bestaat ze, die pornopop: om jou, toeschouwer, te laten denken dat zij ervan geniet. Dat jonge mannen opgroeien met dit soort porno als enige sekseducatie, dat meisjes hiervan leren dat ‘sexy’ geil kijken betekent en alles met je laten doen, is naar mijn mening schadelijk voor hen, voor de vrouw in het algemeen, voor man-vrouw relaties, en voor ons als samenleving.
Men heeft het over de misogynie van commerciële porno, maar veel erger dan al dat hard neuken van achteren en hoertjesgedrag is de mythe van een passieve vrouwelijke seksualiteit: zij geniet van het feit dat hij van haar geniet; ze wordt geil omdat hij haar zo geil vindt dat-ie het niet kan laten om haar hard - van achteren, of in beide gaten, of ongewild in de reet - te pakken. In de dure Californische professionele pornofilms zie je dat ook terug: zowel de mannen als de vrouwen die voorkomen als ‘personages’ zien eruit als poppen en niet meer als mensen: zij blond, zwaar opgemaakt, zonnebankbruin, met twee siliconen tietjes op de blote ribben geplakt boven een platte buik en een kale kut, en hij ook zo kaal en gespierd, met perfecte tanden, een enorme lul, en twee koude ogen. Ken en Barbie neukend bij het zwembad; het is een professionele zaak, het verneppen van plezier, de doenalsoferij. Op onze arbeidscontracten stond er, ‘artiest’ – en dat waren we ook wel. Porno-actrice – of artiest -- Sarah-Catherine, in een interview door Chyng Sun, zei: “De beelden die wij keer op keer naspelen hebben absoluut niets van doen met onze persoonlijke seksualiteit. Ik denk dat wat getoond wordt feitelijk niet revolutionair is, niet anders, het is hetzelfde oude verhaal, vrouwen in ongemakkelijke posities die doen alsof ze het naar hun zin hebben, en wat is daar revolutionair aan? Wat is daar bevrijdend aan?”
Nu kan ik geen porno meer zien zonder dat ik meteen weer iets in die ogen meen te herkennen: die verveling, de verdoofdheid, de goedgeoefende en toch doodverveelde geile blik, en een bepaalde aan-maar-toch-afwezigheid die hoort bij cokegebruik. Het is ook niet toevallig, denk ik, dat cocaïnegebruik zo vaak voorkomt in de seksindustrie; het is een emotioneel verdovende drug die zorgt dat je je voelt als een goed geoliede machine. Soms gebruikten we dat weleens op de geslachtsdelen zelf (van een lijntje coke op je lul krijg je wel een dikke stijve, alleen voel je dan niks meer, wat natuurlijk ook de bedoeling is). Zulke pornografie heeft net zo min met seks te maken als de french fries van McDonalds met een eerlijke aardappel. Er is niks mis met een frietje af en toe als je daar zin in krijgt; ook niet als ‘ie in zoete ketchup of ranzige mayo zwemt; ook niet als je liever een patatje oorlog lust, of op z’n engels met azijn. Seks, als ik even een ietwat flauwe metafoor mag gebruiken, is net een patatje: je kiest zelf hoe hij het lekkerst hapt, en daar is geen goed of fout aan, hoe je het ook doet. Hier hou ik met deze metafoor op, maar je weet wat ik bedoel. Er is niks verkeerds of fouts aan seks en ook niet aan ranzige, ongepaste, onwelvoeglijke of zelfs gewelddadige seks voor wie dat lekker vindt, maar er is wel iets fout aan een consumptiemaatschappij – en spektakelmaatschappij – die zelfs onze intiemste verlangens te pakken heeft gekregen, om ze vervolgens aan ons terug te verkopen. En zonder een goed alternatief blijven wij kopen en kijken met z’n miljoenen; alsof de vernepte beelden van symbolische seks onze culturele en emotionele gaten zouden kunnen vullen, alsof een McDonalds happymeal onze lichamen zou kunnen voederen. Money can’t buy you love, en de McDonaldisering van cultuur en verlangens heeft met pornografie een symbolisch product ontworpen dat in het kader van de kapitalistische vrijmarkt ‘echte seks’ (dat lelijke en lekkere en spirituele en banale en dubieuze en glorieuze wonder van veelzijdigheid) wil vervangen door een plastische imitatie. In de worden van Ariel Levy in haar boek Female Chauvinist Pigs: “Als we zouden erkennen dat seksualiteit persoonlijk en uniek is, dan zou het onbeheersbaar worden. Door wat sexy is tot iets simpels te maken, iets kwantificeerbaars, wordt het makkelijker uit te leggen en makkelijker te marketen. Als je de menselijke factor van seks verwijdert en het iets maakt van dingen – grote valse borsten, geblondeerd blond haar, lange nagels, palen, strings – dan kun je het verkopen. Ineens moet je voor seks shoppen: plastische chirurgie, peroxide, een manicure, een winkelcentrum.”
Commercïele, mainstream heteroseksuele porno is fout in de zin dat McDonald’s fout is: het vreet grondstoffen en geld, het monopoliseert onze culturele samenleving met onverbiddelijke alomtegenwoordigheid, en op de meest cynische manier verkoopt het en populariseert het onder de mensen een droom, of een mythe, van geluk of genot die op een fundamentele onwaarheid gebaseerd is, en die van alles wegneemt wat goed en waar en echt is in deze wereld. Zodra consumptiegoederen – in dit geval pornografische beelden – via massamarketing overgenomen worden door de monstrueuze rode kankerbloem van het massakapitalisme is het niet meer een geval van ‘vraag en aanbod’, maar bepaalt het aanbod de vraag: ‘induced demand’, wat op Wikipedia gedefinieerd wordt als “het fenomeen waarbij na stijging van het aanbod, meer van een product wordt geconsumeerd.” De vraag komt volgens mij door het feit dat er voor mannen weinig mogelijk is in het kader van uiting en verkenning van eigen verlangens: in een samenleving waarin gender een verplichte performance is voor zowel mannen als vrouwen mogen mannen geen emoties of verlangens tonen behalve op het seksuele gebied. De mannelijke consumenten van de industrie zelf zijn in mijn ervaring niet zozeer geil als eenzaam, en niet zozeer vrouwenhaters als verward over vrouwen – en de beelden die aan ze verkocht worden doen er niets aan om die verwarring te verminderen.
Kijk, wacht, ho maar: ik zeg niet dat het verkeerd is om naakte neukende mensen te willen bekijken terwijl ze bezig zijn. Ik zeg ook niet dat voyeurisme of van-achteren-neuken of exhibitionisme verkeerd zijn, of antifeministisch. Zelf ben ik een voorstander van DIY-cultuur en een zelfgecreëerde esthetiek - volgens het punkprincipe ‘book your own fucking life’: ik vind dat we eigen bier moeten brouwen, eigen voer moeten bereiden, en eigen seks moeten filmen, ook als het alleen maar iets anders in de ether brengt. Vooral uit de queer scene zijn er wat interessante gevallen van ‘artporn’ en avant-garde, zoals Phineas Slipped (Keri Oakie, 2003) waarin een klas schooljongens – gespeeld door mannen, transgendervrouwen, en butch vrouwen – expliciete homoseksuele seks uitvoeren, met zowel nep- als echte penissen. Slit magazine, (‘dyke porn and culture’) uit Sydney, Australie, daarnaast, publiceert zelfgemaakte centrefolds van vrouwen verkleed als dieren, lijken of radioactieve rollerskatende prinsessen. Het concept van ‘queer’ is een geuzennaam, een heroverd woord wat niet homoseksueel of lesbisch betekent, maar de mogelijkheid om ons meer te kunnen verbeelden dan de heteroseksuele ideologieën die beginnen bij huisje, boompje, boy meets girl - en eindigen in seksistisch of homofoob geweld, een restrictieve cultuur van monogamie, vastgezette en beperkende genderrollen. Queercultuur begeeft zich op de cutting-edge van de nieuwe seksuele revolutie, juist omdat het voornamelijk draait om het terugclaimen van eigen lichaam, semiotiek, en seksualiteit. Een site als www.nofauxxx.com publiceert zelfgemaakte ‘hot radical porn made by ladies, queers and artists all over the world’, en beschrijft zich als ‘artistic, political and all-inclusive, featuring models of all genders and sizes’. Als het maken van porno met een anti-pornoesthetiek politiek is, dan is de pornografische revolutie te vinden in de queercultuur, de DIY-oplossing voor ons moderne seksuele paradigma. Bij de seksparty tijdens Queeruption in Amsterdam bijvoorbeeld, die plaatsvond in pakhuis Afrika (R.I.P.), was er naast overige lekkernijen en pleziertjes een live pornocinema, die bestond uit een kabinetje gemaakt uit pallets waarin een camera live stond uit te zenden naar het projectiescherm van the ‘Operating Theatre’, een DIY cinema-project, en zo zat men te kijken naar ‘echte live seks’ letterlijk terwijl het gedaan werd. De strijdkreet van Queeruption was en is ‘participate, don’t consume!’ Wat mainstream heteroseksuele porno de wereld in heeft gebracht – het idee van een passieve vrouwelijke seksualiteit, of de misogyne, symbolisch gewelddadige seksprakijk – probeert de queercultuur terug te pakken en anders uit te voeren. Niet dat gewelddadige of extreme seks niet te vinden is in de queerscene – eerder het tegenovergestelde, want het gaat juist vaak om het overtreden van eigen en culturele grenzen. Wel zijn we een eind verder gekomen, op pornografisch gebied dan, door wat queer de wereld in heeft gebracht. Het gaat tenslotte om de strijd om eigen belangen en verlangens terug te pakken uit de klauwen van kapitaal, om een nieuw visueel discours te creëren in de populaire cultuur van seks en seksualiteit.
Voor mij was het idee om eigen porno te maken een noodzakelijk onderdeel van het genezingsproces; het was een manier om me mijn lichaam weer eigen te maken. Misschien klinkt het vreemd, je eigen lichaam terugnemen door het aan anderen te laten zien, maar in een spektakelmaatschappij gaat het meer om kiezen hoe je op het scherm komt te staan, hoe je je seksualiteit aan de wereld om je heen wil vertonen, en wat je daarmee zeggen wilt. De lichaamspolitiek van het vrouwelijke lichaam is zo diep gecontextualiseerd dat het voor vrouwelijke performers, pornografen en kunstenaars alleen maar logisch is dat wij ons eigen lichaam gebruiken als middel om een boodschap te uiten. Wel blijft het een exploratie waarin gender een performance is; we blijven steken in de performance – in het spektakel – maar tegelijkertijd zoeken we een manier om daar uit te treden. Misschien kunnen we daardoor eindelijk iets ‘in het echie’ voelen in plaats van telkens iets te moeten voorstellen, voordoen, nadoen, optreden, uitvoeren, consumeren, of wat we ook doen. Door onze eigen nieuwe pornografische performance worden we gevrijwaard van de noodzaak tot performance, totdat de beelden van ons zijn en van ons alleen, niet langer aan ons verkocht door de maatschappelijke machine, en niet langer gestuurd naar plasticiteit en passiviteit. We willen niet slechts een boterham, noch willen we de bakkerij; we willen ons eigen brood bakken. We willen er zelf van kunnen genieten met vrienden en familie. We moeten stoppen met consumeren en beginnen te creëeren. Dus mensen, spring in bed met geliefden – of zet elkaar tegen de muur, doe het met handen gebonden, met een snor, met ketchup of mayonaise, met een dildo, een wortel of een flesje bier, of met vijf vreemden – en laat de camera lopen, in de naam van seksuele vrijheid en antikapitalisme. Stuur op die film naar iedereen die je kent. J