In een eerder boek, The Culture of the New Capitalism (2004) stelde Richard Sennett de excessen van het huidige kapitalisme ter discussie. Hierin pleitte hij al voor een cultuuromslag van moordende competitie en flexibele arbeidscontracten naar duurzaam vakmanschap. Daarom verbaast het niet dat hij deze gedachte in The Craftsman verder uitwerkt. In dit boek verheerlijkt hij de vaardigheid een materiaal te leren kennen en te kunnen bewerken. Hij relativeert daarmee indirect het succes van de creatieve industrie, want het lijkt erop dat Sennett wil afrekenen met deze hype; in zijn laatste boek vermijdt hij daarom ook naar eigen zeggen het woord creativity. Ervaring door vakmanschap moet een antwoord geven, niet alleen op de precaire situatie van mensen die in de creatieve sector werken, maar vooral op de verloedering van de maatschappij die Sennett al in zijn eerdere boeken aankaartte. In die zin kan zijn laatste boek The Craftsman worden gelezen als een constructieve bijdrage voor een betere wereld.
Sennett - socioloog, die eerder ook cello heeft gestudeerd - herinnert eraan dat de kunsten uit ambacht zijn voortgekomen en rekent vervolgens alle huidige kunstdisciplines tot de ambachtelijke sector. Al dan niet bewust ziet hij over het hoofd dat de insteek van de ambachtsman en de kunstenaar hemelsbreed van elkaar kunnen verschillen. In het boek wordt de kwaliteit van de individuele kunstenaar tot aan het beledigende toe ontkracht om zo de door hem geadoreerde ambachtelijke werkmethodes tot een universeel basisprincipe te maken. Volgens hem heeft de drang naar artistieke autonomie slechts geleid tot eenzaamheid van de kunstenaar terwijl de ambachtsman juist participeert in de gemeenschap. Impliciet wordt dus ook verondersteld dat de individuele kunstenaar sociaal gezien weinig kan betekenen.
Naast de autonomie van het kunstenaarsberoep wordt ook het belang van originaliteit van het kunstwerk met een zwier van tafel geveegd. Originaliteit is volgens hem een onhaalbaar streven omdat de kunstenaarspraktijk niet onafhankelijk is van een maatschappelijk waardeoordeel. Deze stelling onderbouwt hij met Cellini’s dagboekaantekeningen: de goudsmid trad uit het gilde van metaalbewerking om als kunstenaar in dienst van het hof te gaan werken, maar beleefde hier minder vrijheid dan eerder, als anonieme ambachtsman in het gilde. Sennett schoffeert met het aanhalen van uitsluitend deze Middeleeuwse bron in feite alle latere kunstgeschiedenis en de hieraan gelieerde avant-gardebewegingen, die in de negentiende en twintigste eeuw juist hebben aangetoond dat originaliteit altijd een motor voor vernieuwing is geweest.
Voor een onderbouwing zoekt Sennett het dus voornamelijk in de Middeleeuwen. In het hoofdstuk The Workshop projecteert hij de ambachtelijke aard van gildenberoepen op hedendaagse arbeid, waardoor hij de verworvenheden van de Verlichting subtiel terzijde schuift. Succesvolle werkplaatsen van de goudsmid Cellini en de vioolbouwer Stradivari worden uitvoerig toegelicht om vervolgens eenzelfde toewijding te beschrijven in het werk van computerprogrammeurs, artsen, kunstenaars en andere kwalitatief hoogwaardige beroepen. Door een sfeer van Middeleeuwse werkplaatsen te scheppen wordt de suggestie gewekt welke arbeidsvormen voldoen aan zijn ambachtscriterium. Ambachtelijk werk staat volgens hem voor een uitgebalanceerd evenwicht tussen handen en hoofd.
Vanuit de Middeleeuwen en via de Renaissance komt Sennett toch nog terug op de positie van de kunstenaar in de negentiende eeuw. In het hoofdstuk Machines beschrijft hij het verzet tegen mechanisering door kunstenaar en cultuurcriticus John Ruskin. In reactie op de industrialisering en de teloorgang van de ambacht stichtte deze Pre-Rafaeliet een opleiding voor uiteenlopende nijverheidsberoepen om de kennis van de ambachtsman te behouden, The Working Men’s College in Londen. Als kunstenaar wees Ruskin op het feit dat de vakman in staat is om voor ieder probleem unieke oplossingen te vinden en juist dit is een kwaliteit die ook Sennett benadrukt in hedendaagse vormen van ambacht. Het is verwarrend dat Sennett deze kunstenaar eenzijdig afgeschilderd als een nostalgicus en onvermeld laat dat Ruskin nauw verbonden was aan de avant-gardistische schildersgroep de Pre-Rafelieten.
Zo stond Ruskin de kunstenaar John Everett Millais in 1850 terzijde bij het verwijt dat zijn schilderij Christ in the House of his Parents - ironisch genoeg ook wel The Carpenter’s Shop genoemd - blasfemisch zou zijn. Uit de houding van de heilige Christus, die zijn vader onder erbarmelijke toestand in de werkplaats assisteert, blijkt een beheersing en toewijding aan de materie. Precies zoals ook Sennett dit voor ogen heeft bij zijn postindustriële vakmanschap. De christelijke stoffering van de ambachtelijke werkplaats in dit schilderij verwijst naar een roeping die eveneens door Sennett gecultiveerd wordt - The drive to do good work can give people a sense of a vocation. Volgens Sennett beleeft de gemotiveerde ambachtsman meer dan anderen het gevoel van een bestemming. Maar wat hij ontwijkt, en wat in dit schilderij wel tot onderwerp is gemaakt, is de simpele dwang te moeten werken om te overleven; een beheersing van materie komt in deze negentiende-eeuwse werkplaats voort uit een economische noodzaak.
Voor Sennett betekent ambacht niet meer en niet minder dan een leerschool voor arbeidsdeugden. Iedereen heeft het vermogen een goede ambachtsman te kunnen worden en zichzelf verder te kunnen ontwikkelen. Hij ziet een nieuwe, meer sociale vorm van arbeid voor ogen, want kennis die voortkomt uit ambachtelijke vaardigheden versterkt ook competenties in omgang met anderen. Uit gedrevenheid en zelfbewustzijn komt een verlangen voort om kennis te delen. Hij pleit voor sociale en rechtvaardige omgang tussen mensen wat tot een betere wereld moet leiden. Zijn utopie behelst het geloof dat mensen zich kunnen verbeteren. Dit idealisme staat haaks op de titel die eerder de verwachting wekt dat hij op een revisie van het materialisme zou aansturen. Ambachtelijke vaardigheden die voortkomen uit een dialoog met materie leiden bij Sennett enkel tot het ontwikkelen van een nieuwe arbeidsmoraal
Het bijzondere van de ambachtsman is volgens hem het verlangen om zijn arbeid goed te doen - the desire to do a job well for its own sake. Niet het productief vermogen van een ambachtsman maar het zelfbewustzijn door ervaring stelt hij voorop aan een nieuwe arbeidsethiek. Sennett hanteert een pragmatisch principe - op het niveau van denken en doen - dat hij ontleent aan de ambachtelijke beroepspraktijk, zoals het signaleren en oplossen van problemen. Deze kwaliteiten worden gebundeld onder de slagzin the craft of experience. Ervaring prijst Sennett als een belangrijke competentie om zich te kunnen wapenen tegen het opgehitste klimaat van het huidige kapitalisme. Hij is kritisch op de managerscultuur van snel winstbejag, maar gaat niet zover dat hij de economische orde, die hieraan ten grondslag ligt, ter discussie stelt. Veel woorden zijn nodig om uit te leggen dat beheersing en ervaring de gevraagde competenties zijn om de opgejaagde arbeidscultuur te kalmeren. Voortdurend hamert hij erop dat vakmanschap, in het ritme van voortdurende herhalingen en continue verbeteringen, langzaam moet worden aangeleerd.
Door ervaring wordt volgens Sennett ook het vermogen tot reflectie en verbeelding bereikt – slow craft time also enables the work of reflection and imagination. Vanuit het werk van de gekwalificeerde vakman ontstaat ruimte voor reflectie die in de concurrentiemaatschappij moeilijk gedijt. Sennett is van mening dat ethische vragen door reflecterend vakmanschap beantwoord zouden kunnen worden. Zijn interpretatie van de ambachtsman staat dan ook loodrecht op die van een bezeten en blinde vakidioot. Het pleidooi voor een universele, gepassioneerde arbeidsmoraal impliceert dat vaklui bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen in de maatschappij. Door alles in het keurslijf van de hooggekwalificeerde ambachtsman te proppen ontkent Sennet de vernieuwende kracht van het uitzonderlijke en het rebelse. Ook alle politieke, religieuze en kunstzinnige uitingen reduceert hij tot louter ambachtelijke vaardigheden.

Omdat Sennett zich voor een groot deel baseert op kennis van strijkmuziek is de vergelijking met de perfomance One for Violin Solo (1962) hier gepast. De avant-gardistische Fluxus-kunstenaar Nam June Paik - die overigens net als Sennett begin jaren zestig muziek studeerde – baseerde deze performance op competenties zoals concentratie, gedrevenheid en expressie, die horen bij de beheersing van het muziekinstrument en ook in The Craftman centraal staan. Op het podium tilt Paik in een duur van vijf minuten heel langzaam en geconcentreerd een viool op tot boven zijn hoofd en slaat deze vervolgens in een klap op tafel, tegelijkertijd gaan lichten aan in de zaal. Na een langdurige, stille spanningsboog is alleen een definitieve knal te horen – Paik doing a violin solo raised it very slowly (about 5 minutes) in concentrated manner & then BANG!’ In deze performance rekent de kunstenaar radicaal af met de conventies van het traditionele vioolspel. Hij verruilt de klassieke interpretatie van strijkmuziek voor de onvoorspelbaarheid in een performance. Paik bekrachtigt dat het uitoefenen van kunst ook de mogelijkheid inhoudt ermee te kunnen breken. Door het accent te leggen op deze keuzemogelijkheid neemt Paik de vrijheid zich aan iedere vorm van dienstbaarheid te onttrekken, een mogelijkheid die door Sennett überhaupt niet wordt opgemerkt.
Door de relatie tussen mens en materie opnieuw aan de orde te stellen heeft Sennett een sterk punt te pakken, maar hij beperkt zich tot ambachtelijke kennis en leermethodes terwijl blijft hij vaag over de betekenis van de materie zelf. De verwachting dat hij zou komen met nieuwe ideeën over materialisme wordt niet waargemaakt. Hij weet de spanningsboog lang overeind te houden, want pas in zijn conclusie wordt echt duidelijk dat het hem uiteindelijk te doen is om een ambachtelijke ethiek te vertalen naar tussenmenselijke omgangsvormen.
Hartmut Wilkening, beeldend kunstenaar
Januari 2010
Bijgevoegde afbeeldingen:
1. John Everett Millais, Christ in the House of his Parents (ook wel genoemd The Carpenter’s Shop), 1850
2.
Comments
Sennett's pleidooi voor ambacht heeft weinig te maken met kunst
Een sterke analyse van The Craftsman maar volgens mij valt u Sennett voornamelijk aan op een punt dat hem weinig interesseert. Het gaat Sennett totaal niet om de conceptuele avant-gardistische of anderzijds (post-)'moderne' kunst. Net als John Dewey in 'Art as experience' gaat hij terug naar de roots van kunst: kunst als ambacht. Dewey gebruikt dit perspectief om het complete -volgens hem- elitaire moderne kunstdiscours aan te vallen. Een discours van rijken en elitaire allianties in de vorm van musea die kunst verzamelen en de trends willen bijhouden (al dan niet voorzien van een eigen symbolische orde waarin je bepaalde uitingen moet maken bij interessante of 'gewaagde' kunstwerken). Een kunstdiscours dat zich ontwikkelde met de verzameldrang van koloniale heersers en natiestaten en dat vervolgens door de nouveau riche werd opgepakt. Waarom deze afwending of verachting van de kunst als expressie van het genie en als excentrieke niche? Omdat het hem net als Sennett te doen is om het proces van het maken (bij Dewey de experience van het maken). Dewey beschouwt dit als een creatief (maar volkomen gedemocratiseerd en dus losstaand van genialiteit) proces, het gaat hem om kunst. Sennett laat het begrip kunst echter los en heeft het over werk (losgekoppeld van het concept creativiteit zoals u zelf al opmerkte en aangevuld met repetitie). The craftsman is een herwaardering van ambacht. Ambacht niet als creatieve expressie van een genie, maar als een vaardigheid: een arbeidsethos. Dit boek gaat kortom niet over wat tegenwoordig wordt bedoelt met het begrip kunst of over wat men wel of niet kunst mag noemen. Maar dat geeft ook niet. Werk is immers een zeer boeiend onderwerp en wellicht dat een herwaardering van ambacht ons nieuwe inzichten kan bieden over de mogelijkheden van hiervan.
"De verwachting dat hij zou komen met nieuwe ideeën over materialisme wordt niet waargemaakt." Hier ben ik het deels mee eens, ik had ook te hoge verwachtingen. Maar
Craftsmanship houdt wel een bepaalde verhouding tegenover materialisme in doordat een herintroducering van craftsmanship enorme gevolgen zou hebben voor materialisme, een bepaalde liefde voor het vak en een hechte wisselwerking tussen hand en mind. Iets minder utopisch en iets praktischer dan het handelen van Arendt. Desondanks in hoge mate een idealistisch beeld als we realiseren hoever alle miljoenen fabrieksarbeiders in bijvoorbeeld China hier van verwijdert staan. Tenzij er een compleet andere verhouding tot materialisme komt zijn al die on-ambachtelijke baantjes nodig om er bijvoorbeeld voor te kunnen zorgen dat Sennett's potlood, of waarschijnlijker, laptop in elkaar gezet wordt. Is het echt zo dat al het 'domme' en 'onzinnige' werk overbodig wordt door technologie of dat er met alle technologie ambachtelijk kan worden omgegaan?
sennett the craftsman
Het verschil tussen kunst en
Het verschil tussen kunst en ambacht is een interessante kwestie. In de inleiding haalt Sennett Arendt's onderscheid aan tussen werk en handelen. Het eerste wordt gehekeld vanwege het a-morele karakter. Een 'goede' werker kan door goed zijn werk te doen een bom maken waarmee duizenden mensen kunnen worden gedood, of zo efficient mogelijk plannen hoe gevangenen kunnen worden onderdrukt of zelfs uitgemoord. Het ontbreekt deze werkers aan het zo belangrijke politieke handelen. Sennett probeert te verdedigen dat werk ook een verantwoorde aard kan hebben. Maar in hoeverre dit politiek kan zijn blijft de vraag. Dat laatste is ook wat u volgens mij stoorde: het ambachtschap is niet politiek en daarmee rebels/revolutionair genoeg. Daar kunnen verschillende uitwegen op worden bedacht. Of je poneert nog een aparte theorie over creativiteit/innovativiteit (nataliteit vanuit Arendt) waardoor je een politiek domein buiten het ambachtsschap stelt. Of je kan Sennett's pleidooi verdedigen dat werk in zichzelf al bepaalde politieke verantwoordelijkheid kan dragen los van een mogelijk apart politiek domein. Ik denk dat ambachtsschap verrijkt kan worden met een innovatieve en politieke dimensie. Dit betekent dat een goed schilderij of beeld door een politieke lading nog meer kan gaan betekenen. Dit is een potentiele rol van kunst dit het niet hoeft te vervullen, maar kan wel belangrijk zijn als kritisch instrument voor een samenleving.
Dan nog dat tweede punt. Sennett legt uit hoe technologie banen dom kan maken, ik denk dan bijvoorbeeld aan het geindustrialiseerde Engeland. De 'domme' banen zoals die aan de lopende band lijken soms te verdwijnen, maar dat komt denk ik omdat ze dan naar andere landen worden ge-offshored. Denk niet dat er altijd een absoluut percentage domme banen is. Maar het zou mooi zijn als er een manier was om deze banen -nu vooral in ontwikkelingslanden- te verrijken met waarden van het craftsmanship. Is dit 'slechts' een omschakeling van ethos/instelling tijdens het werk? Ik denk dat er een enorm systeem aan ten grondslag ligt waardoor mensen moeilijk deze houding aan kunnen nemen. Niet alleen psychologisch dus. En inderdaad de scope van een boek over arbeid zou globaal moeten zijn of in ieder geval rekening moeten houden met de globale situatie die het ons mogelijk maakt om wel of niet ambachtelijk te leven.
Wat Sennett biedt is een vervolg op The culture of the new capitalism, namelijk een alternatief voor de flexwerkerbaantjes, mensen die van het ene naar het andere bedrijf gaan, beoordelingen op basis van potential en aanpassingsvermogen en daarmee het verloren gaan van beroepskennis. Een nieuw vervolg zou wellicht de uitdaging aangaan om te onderzoeken wat de randvoorwaarden zijn om dit als duurzaam beleid te exporteren buiten de westerse rijke samenleving.
Ps. wordt landbouw zoals bijv in India als craftsmanship beshouwd (het handmatig telen en oogsten van rijst)? Misschien interpreteren wij ambachtsschap al te veeleisend en is ook een fabrieks of agrarische baan ambachtelijk.
Ingaande op Izaaks 2e
Ingaande op Izaaks 2e punt:
Ik heb Sennet niet gelezen, en dus ook niet zijn uitleg over de gevolgen van technologie op werk. Ik vermoed echter dat ambachtswerk voornamelijk verschilt van 'dom' werk in de vrijheid van de ambachtswerker om zijn werk in te delen, van dag-tot-dag.
Lopende band-werk valt dan niet onder de ambachten, omdat de werker zich strikt aan een werkschema moet houden.
Een Indiase vrouw die het kwik uit afgedankte elektronica sloopt is daarentegen wel een soort ambachtswerker, zolang ze dit niet in een gestandaardiseerde fabrieksomgeving doet. Net als een lopende band-werker is haar werk simpel en repetitief, maar zij is in principe vrij om een plaats, tijd en aanpak te kiezen.
Op dezelfde manier kan je ook stellen dat bepaald kantoorwerk (call-centers, administratief werk) door managementmodellen zo strak wordt gestuurd, dat dit 'domme' banen zijn.
Het tegengaan van 'domme' banen is wat mij betreft dus het tegengaan van totale standaardisering van werkzaamheden. Maar, in een poging verder af te dwalen: welke vorm van arbeidsorganisatie is vatbaarder voor uitbuiting? Ambacht of dom werk?
http://www.nflnhlshop.com/
http://www.toryburch-out
<a
<a href="http://www.discountmonclersale.com/"><strong>Moncler Outlet</strong></a> is a famed shop with cheap yet classic
<a href="http://www.discountmonclersale.com/"><strong>Moncler coats</strong></a> to enrich your life. Moncler clothes are always something other than just chic, but store core warmth as well. Generally speaking, <a href="http://www.discountmonclersale.com/"><strong>Moncler jackets</strong></a> are devided into down winter type and lately spring autumn collection. Those thinner jackets share the same high quality like <a href="http://www.discountmonclersale.com/"><strong>Moncler vest</strong></a> do. No other products can approve chic and comfy together in one thing. While <a href="http://www.discountmonclersale.com/"><strong>Moncler</strong></a> is a name that delivers all the virtues you can remind of. Come to choose among the diverse <a href="http://www.jimmychoo-outlet.com/jimmy-choo-boots-c-3.html"><strong>Moncler Boots</strong></a> ! You'll be so amazed at what you've discovered at our sites.