iPod City - Robert Weil

PDF versionSend to friendPrinter-friendly version

Sinds het begin der tijden hebben mensen gedroomd over een Stad van de Eeuwige Jeugd, waar de bevolking nooit ouder wordt, en waar elke buitenstaander die er komt wonen, de eeuwige jeugd verkrijgt. Wat ze waarschijnlijk niet in gedachten hadden was de ‘leeftijdsloosheid’ van de stad Shenzhen, China. Gelegen net over de grens met Hong Kong, is deze ‘instant-stad’ in iets meer dan 25 jaar uitgegroeid van een klein vissersdorp tot een uitgestrekte metropolitane regio die 10 miljoen mensen omvat. Als de eerste Speciale Economische Zone in China stond de stad model voor het ‘open deur’-beleid en de kapitalistische markthervormingen die eind jaren zeventig door Deng Xiaoping geïnitieerd werden. Een van de meest treffende kenmerken is de lage gemiddelde leeftijd van de bewoners, die al jaren rond de 27 jaar schommelt. Dit in scherp contrast met de rest van China, waar de bevolking in rap tempo vergrijst.

Omdat zo’n 95 procent van de inwoners van Shenzhen naar de stad gekomen zijn vanuit andere delen van China, is de jeugdigheid van de stad niet het gevolg van de geboorte van nieuwe generaties in de stad zelf. Het weerspiegelt de jonge leeftijd van de immigranten van het platteland - velen in hun vroege tienerjaren - en het snelle verloop onder de fabrieksarbeiders in de stad. In 2005 hadden slechts 1,65 miljoen van de bewoners hukou (lange-termijn verblijfsrechten), terwijl 4,32 miljoen migranten er langer dan een jaar woonden, en een iets kleiner aantal, 4 miljoen, korter dan een jaar1. De meesten werken niet meer dan een paar jaar in de fabrieken, waarna ze ‘te oud’ zijn, of opgebrand als gevolg van de zware werkomstandigheden. Sommigen gaan op zoek naar werk in andere steden, of keren terug naar de plattelandsdorpen waar ze vandaan kwamen. Velen vertrekken voor hun dertigste, en slechts weinigen houden het vol tot middelbare leeftijd.

De overgrote meerderheid van deze jonge migranten zijn afkomstig uit het arme binnenland van China. Voor sommigen is het de verleiding van de bright city lights na het zware leven en de isolatie op het platteland. Maar de volksverhuizing weerspiegelt ook de transformatie van de landbouw op het platteland. Jonge migranten zeggen dat een nieuw niveau van mechanisering op het platteland - lichtgewicht ploegen, pesticide en meststrooiers, en allerhande verwerkingsapparatuur - het werk gemakkelijker heeft gemaakt. Deze technologische vooruitgang heeft de productiviteit vergroot en de behoefte aan arbeidskracht verminderd. Sinds China in 2004 lid werd van de Word Trade Organization (WTO), heeft concurrentie door voedselimporten ook een deel van de jongere generatie van de boerderijen verdreven.

EXTREMEN VAN ARBEID EN KAPITAAL

bij een kort bezoek aan de stad in de zomer van 2006, viel ons de zeer jonge leeftijd van de werkers op, en de heftigheid waarmee ze uitgebuit werden door grote en kleine werkgevers, of het nu Chinezen van het vasteland, uit Hong Kong of Taiwan zijn, of buitelandse bedrijven. We kregen een snelle introductie in de harde levens- en werkomstandigheden in Shenzhen toen we een toer maakten door een van de buitengelegen fabrieksdistricten, op een uur afstand van het centrum. Op weg terug naar ons hotel om elf uur ‘s avonds, kwamen we drie jongens tegen die net een dienst hadden gewerkt van 7 uur ‘s ochtends tot 10 uur ‘s avonds, in een van de fabrieken van de grootste onderneming in de regio. Ondanks deze werkdag van 15 uur, zeiden ze dat ze slechts voor 10 uur betaald kregen, inclusief twee uur overwerk. Met een uur onbetaalde pauze voor maaltijden die ook nog van het loon afgetrokken worden, gaven ze in feite vier uur cadeau aan het bedrijf. Ze klaagden dat ze totaal uitgeput waren, maar moesten toch aan het werk blijven om een spoedklus af te maken. Vergelijkbare verhalen hoorden we van vrijwel alle andere jonge werkers die we tijdens onze wandeling tegenkwamen. Velen klaagden over de impact van de lange uren, zowel in fysiek als mentaal opzicht.

De grove uitbuiting van deze jonge werknemers is het fundament van de snel groeiende rijkdom van Shenzhen. Zelfs voor een land dat in drie decennia van extreem egalitarisme richting ultragepolariseerde inkomensverhoudingen is gegaan, zijn de extremen in Shenzhen een klasse apart. In het bruto product van de stad vertegenwoordigt het inkomen van bedrijven 50 procent, dat van werknemers 30 procent en dat van de staat 15 procent - een kloof die groter is dan in welk ander verstedelijkt deel van China dan ook 2. Met zijn vele wolkenkrabbers en de groene glazen façade van de Shenzhen Stock Exchange, is Shenzhen nu de rijkste stad van China. Een rapport uit 2004 schreef dat het gemiddelde inkomen in de stad 23,544 yuan bedraagt, bijna het dubbele van wat in andere steden geldt als de norm (12,216 yuan, wat zoveel is als $1,475)3. De meest relevante vergelijking is misschien die met het lage inkomen op het platteland, dat in 2005 rond de 2,500 yuan per jaar lag, ofwel $300 dollar (Associated Press, 21 september 2005). Het is deze groeiende kloof die, samen met de zwaarte van het werk op het platteland, miljoenen jonge migranten naar de fabrieken van Shenzhen en andere stedelijke centra trekt. Het is uit Shenzhen en andere verstedelijkte zones in de zuidelijke en oostelijke kustregio’s China waar de groeiende stroom Chinese exportproducten vandaan komt. De snel groeiende rijkdom van deze steden hangt direct samen met de armoede van het platteland, en de enorme reserves aan arbeidspotentieel die daar te vinden zijn. Met een bevolking van bijna 1.3 miljard mensen in het hele land, is bijna 1 op de 10 inwoners van China migrant. Investeerders komen van overal ter wereld om gebruik te maken van dit welhaast bodemloze reservoir van werkers.

iPOD CITY

De grootste bedrijven in de regio van Shenzhen zijn bijna hele steden op zichzelf. In het perifere gebied waar wij op onderzoek uitgingen, Lonhua stad in het Baoan district, is het grootste bedrijf Foxconn Electronics, een deel van Hon Hai Precision Industries Inc. uit Taiwan. Deze onderneming maakt voornamelijk producten voor Amerikaanse ondernemingen, onder andere iPods voor Apple en moederborden voor Dell. Het is pas sinds 1993 in Shenzhen gevestigd, maar heeft al 240.000 werknemers, met een geplande uitbreiding naar 300.000 in de nabije toekomst, en op de ietwat langere termijn naar het ongelofelijke aantal van een half miljoen. Het is het grootste buitenlandse bedrijf in het gebied, en het grootste van de Taiwanese bedrijven op het vasteland: de waarde van de export in 2005 bedroeg $20.7 miljard.4 “The mega-factory complex..” zo stelt de San Francisco Chronicle, “is the world’s largest electronic-components work space”5.

Bij een Foxconn slaapeenheid voor vrouwen gaf een supervisor ons een impressie van de grootte van de fabrieksvoorzieningen, en het strakke regime waaronder honderdduizenden leven en werken. Deze slaapgelegenheid verschaft vijfduizend vrouwelijke werknemers onderdak, maar het is slechts één van 48 van zulke eenheden. De werkers krijgen gratis huisvesting, met een minimum van zes of zeven op een kamer, en in sommige gevallen veel meer dan dat, met drie rijen van stapelbedden – zo volgepakt en lawaaierig dat behoorlijk slapen niet mogelijk is. Veel jongere werknemers leven in deze eenheden, en elke keer als zij binnenkomen of naar buiten gaan, moeten ze hun badges over een elektronische lezer laten gaan. Koken is niet toegestaan, zelfs niet op een kookplaatje, en gasten, ook familieleden, zijn niet welkom. De slaapzalen hebben geen airconditioning, maar omdat de werkvloer in de fabriek daar wel over beschikt, is dit een extra stimulans voor overtijd en weekendwerk, om te ontsnappen aan de intense zomerhitte6. Als ze voor het eerst aangenomen worden, krijgen werkers een korte cursus in wat de supervisors ‘militaire training’ noemen. Het doel is de jonge werkers klaar te stomen voor industriële discipline. Getrouwde koppels en hun kinderen zijn gevrijwaard van de slaapzalen, en leven in nabijgelegen appartementen.

Dag en nachtdiensten roteren elke drie weken, wat het moeilijk maakt om volgens een vast schema te leven. De onderste laag van werkers verdient ongeveer 1,000 yuan ($120) per maand, wat inclusief overwerk neerkomt op zo’n vijftig cent per uur, waar nog kost en inwoning bovenop komt. Een groep technici uit Taiwan waarmee we spraken bevestigde ons dat de standaard werkdag in de fabriek tien uur is, waarvan twee overuren. Maar als het voor de productiedoelen nodig is, kunnen werkers ook voor dubbele diensten op zaterdag en zondag ingeroosterd worden. De technici werken zelf twaalf uur per dag, zes dagen per week, maar krijgen na 35 dagen een hele week vrij, waarin op kosten van het bedrijf naar huis in Taiwan gevlogen worden. Iedereen die bij Foxconn werkt, heeft recht op enkele beperkte sociale voorzieningen. Als werkers ziek worden, kunnen ze naar een bedrijfskliniek, en in ernstige gevallen naar een ziekenhuis, waarbij tachtig procent van de kosten door het bedrijf gedekt worden. Voor terminale gevallen zoals kanker wordt er een collecte onder collega’s gehouden. Als vrouwelijke werkers zwanger worden, krijgen ze drie maanden vrij en kunnen ze hun baan behouden, alhoewel de meesten er na de bevalling voor kiezen om weg te gaan.
Activisten die bekend zijn met de stad, vertelden ons dat werkers in Shenzhen na tien jaar aanstelling bij een willekeurig bedrijf, volgens de wet recht hebben op bepaalde voorzieningen. Daaronder vallen vaste, in plaats van korte termijn contracten, en pensioenopbouw. Maar arbeiders die deze rechten ook daadwerkelijk opeisen, worden vaak ontslagen - sommigen vragen hun werkgevers zelfs om de wet te negeren, zodat ze kunnen blijven werken. Overheid en bedrijfsleven spelen onder één hoedje in dit proces. Toen de stad de nieuwe wetgeving aankondigde, werden volgens activisten de bedrijven door de juridische afdeling van de gemeente geadviseerd om éénjarige contracten af te sluiten. Want als de werkers geen kopieën bewaren, dan kunnen ze de lengte van hun dienstverband niet aantonen. Soms worden arbeiders ook gewoon na negen jaar ontslagen. Zelfs technici en het hogere management worden eruitgewerkt als ze ‘te duur’ worden.

BLOED, ZWEET ... EN TRANEN

We vroegen waarom de stad, als ze haar eigen regels toch ondergraaft, überhaupt de moeite neemt om zulke regels op te stellen. Het antwoord was dat het slechts een van de vele manieren is waarop de regering werkers een rad voor de ogen draait. De regering en het bedrijfsleven ‘dragen dezelfde broek’ zoals het Chinese gezegde gaat. Maar ze doen alsof ze niet gezamenlijk optrekken. Lokale politici kunnen ook onder druk staan van de rijksoverheid, de All-China Federation of Trade Unions (ACFTU), of zelfs door NGO’s die steeds vaker de slechte condities in de fabrieken monitoren en aan de kaak stellen. Maar met zo’n 90% van de fabrieken in de regio in buitenlandse handen, en met buitenlandse investeringen die een sleutelrol spelen in het vasthouden aan economische groeicijfers van meer dan tien procent per jaar, staan de lokale autoriteiten zwaar onder druk om het geld te laten vloeien, en eigenaren blij te houden. Het gevolg is dat sociale wetgeving op lokaal niveau over het algemeen genegeerd wordt. Het is een van de redenen dat Foxconn, en vergelijkbare bedrijven, bekend staan als xuehan of ‘bloed en zweet’ bedrijven, het equivalent van wat Amerikanen sweatshops noemen.

Het wordt echter nog steeds gezien als een van de betere plekken om te werken, waarvoor een afgeronde middelbare schoolopleiding nodig is, evenals een goede gezondheid en goede ogen, een beetje Engels, en wat technische training. Bij elektronicabedrijven die technologisch geavanceerder zijn, zoals Huawei Technologies, worden werknemers zelfs geacht hoger onderwijs gevolgd te hebben. Maar zelfs daar zijn slechte werkomstandigheden vrij normaal. Xu Mingda, een economieprofessor bij de lokale Shenzhen Association of Social Sciences, heeft het over de ‘matrascultuur’, waarbij elke nieuwkomer een matras krijgt, die onder het bureau wordt gelegd. “Werknemers slapen erop in de lunchpauzes of wanneer ze overwerken en niet naar huis kunnen of willen”7. Een maand voordat we het gebied bezochten, kwam Hu Xinyu om het leven door oververmoeidheid. Hun Xyu was een atletische vijfentwintigjarige software-ontwikkelaar, die net een jaar bij Huawei werkte. Hij had zich letterlijk ‘doodgewerkt’. De overheidsmedia deden er verslag van en ‘iedereen’ had het erover op het web. Daarbij werden veel vergelijkbare ervaringen uitgewisseld, en er werd gediscussieerd: was het de fout van de werknemer of van het bedrijf? Is de bestaande werkcultuur een noodzakelijk kwaad voor de snelle groei van de Chinese economie? Andere vergelijkbare gevallen worden echter meestal niet opgemerkt. Het verschijnsel, bekend als guolaosi, is wijdverspreid, en treft net zo goed intellectuelen, professionals en managers als fabrieksarbeiders.8

Maar de omstandigheden in deze grote elektronicafabrieken zijn verre van de slechtste in de regio van Shenzhen. In het westelijke district, waar de productie van kleding, speelgoed en vergelijkbare consumptiegoederen plaatsvindt, is de situatie over het algemeen veel slechter. Gedeeltelijk door het relatief grotere aandeel vrouwen. Veel kleding en speelgoedfabrikanten specificeren in hun wervingscampagnes dat ze alleen vrouwen willen, die volgens hun een grotere behendigheid hebben. De verhouding tussen vrouwen en mannen in deze fabrieken is bijna zeven op één. De vrouwen zijn grotendeels afkomstig uit geïsoleerde plattelandsdorpen, waar de absolute dominantie van de man nog gemeengoed is. Jonge plattelandsmeisjes worden daardoor als plooibaarder gezien en minder bewust van hun rechten dan hun mannelijke leeftijdsgenoten. Eenmaal aangenomen zijn ze het slachtoffer van extreme uitbuiting, onmogelijke werktijden, slechte woon- en werkomstandigheden, waaronder seksuele intimidatie, en een nog striktere discipline dan bij fabrieken zoals Foxconn.

VOORBIJ DE FABRIEKSPOORTEN

Net als de jonge werkers met wie we spraken bij Foxconn, klaagden jongeren bij de kleinere fabrieksterreinen dat er weinig te doen is met het beetje vrije tijd dat ze krijgen. In het gebied is grotendeels geen entertainment te vinden. Ze werken de hele dag in elektronica, maar de goederen die ze zelf produceren, kunnen ze zich niet veroorloven. Vanaf de vroege ochtend tot diep in de nacht zijn er veel arbeiders te zien die opeengepakt op de stoep voor de etalages de te koop staande televisies bekijken. Naast af en toe een smoezelige arcade met internet toegang, video’s en bordspelletjes, is dit een van de weinige gratis of goedkope vormen van entertainment voor honderdduizenden jongeren. De jongens zeggen dat ze vaak rondwandelen om vriendinnetjes te ontmoeten. Maar de levens- en werkomstandigheden maken het zeer moeilijk om stabiele relaties te onderhouden. Een laagbetaalde arbeider waarmee we spraken is getrouwd – een zeldzame uitzondering – en heeft een kind. Maar zijn vrouw werkt twee tot drie uur verderop, en het kost tien yuan om daar te komen, wat zijn bezoeken drastisch beperkt. Een ander heeft een vriendin, maar geen geld voor een huis, en sprak erover hoe moeilijk het is een gezin te beginnen. Een vierendertig jaar oude arbeider in de slaapeenheid die we bezochten heeft een vrouw en kind in zijn geboortedorp. Hij leek bijna een ‘oude man’ in contrast met de jongere gezichten om hem heen. Hij bezoekt zijn gezin slechts twee keer per jaar. Het zou te duur zijn hen naar Shenzhen te halen om hier te komen wonen, gezien de hoge onderwijskosten— zelfs de goedkoopste basisschool vraagt duizend yuan per semester, meer dan zijn maandelijks loon.

SPONTANE ONTBRANDING EN NIEUW ACTIVISME

Misschien wel het belangrijkste conflict gaat over onbetaald loon. Het probleem van migranten die niet betaald krijgen is bekend in China - miljarden yuan worden achtergehouden. Enkelen in een klein fabrieksterrein zeiden dat hun baas hun simpelweg vertelde dat zij ‘vrijwilligers’ waren, als ze daarmee een probleem hadden konden ze gaan. Als een wanhoopsdaad plegen sommigen zelfs zelfmoord. Een veel gekozen methode onder bouwvakkers is om zich op te hangen aan een bouwkraan. Een migrant die nog vier maanden loon tegoed had en ontslagen werd, stak twee weken na zijn ontslag zijn chef neer met een mes. Hij werd ter dood veroordeeld. In een poging om iets te doen aan de ergste spanningen, en om een meer georganiseerde oppositie onder arbeiders te voorkomen, is er een nieuwe wet opgesteld die voorziet in een klachtenprocedure. Als gevolg hiervan zijn er af en toe delegaties op bezoek geweest van de lokale autoriteiten, om klachten te onderzoeken. Maar zonder ingrijpen van de lokale vakbonden in de fabrieken zelf, zijn deze inspanningen zeer symbolisch en vrijwel zinloos. Over het algemeen gaan werkers gewoon weg als de situatie te slecht wordt.
Vanwege het gebrek aan enige vorm van vakbondsbescherming zijn acties op de werkvloer veelal spontaan. Er zijn bijna elke dag kleinschalige, milde protesten, zoals langzaam-aan-acties en werkonderbrekingen, veelal getriggerd door kleine incidenten die door het misbruikte personeel als de laatste druppel worden gezien. Een incident betrof een manager die na een arbeidsconflict een werkvergunning ongeldig maakte, wat tweeduizend werknemers deed besluiten het werk te staken en de deur uit te lopen. Een ander incident was een verkeersblokkade van drieduizend man sterk, waarbij het centrale zakendistrict van Shenzhen voor een uur geblokkeerd werd. Het ging om een elektronicabedrijf uit Hong Kong, dat ver beneden het minimum betaalde en zelfs deze schrale lonen waagde achter te houden. De regering dwong het bedrijf tot een loonsverhoging, een niet ongewone oplossing. De regering geeft de voorkeur aan een stilzwijgende regeling boven een publiek conflict. Bij een ander bedrijf was er een staking omdat werkers gedwongen werden tot eindeloze overuren, soms werkten ze van acht uur ’s ochtends tot middennacht, zonder noemenswaardige vergoeding. Van de 3000 weigerden er 2100 terug te keren in de week na nieuwjaar. Het bedrijf bood loonsverhoging en vermindering van uren, maar de arbeiders weigerden terug te komen zonder toezeggingen op schrift. Uiteindelijk gaf het bedrijf nieuwe contracten uit, maar de 2100 stakers werden ontslagen.

Zonder vakbondsorganisatie is er geen effectieve bescherming. Onafhankelijke vakbondsorganisaties zijn verboden en moeten grotendeels ‘ondergronds’ werken. De staatsvakbond, de ACFTU, het enige aanwezige alternatief, heeft weinig gedaan om de situatie te verbeteren. Er zijn mensen binnen de rangen van de officiële vakbond die hun verantwoordelijkheid serieus nemen. Maar over het algemeen onderneemt de ACFTU niets als ze worden geconfronteerd met verzet van fabriekseigenaren. Ze zijn grotendeels meegegaan met het model van de ‘bedrijfsvakbond’. Deze houding aan de kant van de officiële vakbonden is een overblijfsel van hun rol onder het socialisme, toen zij nog een betekenisvolle rol hadden in hoe staatsbedrijven werden gerund. Zij dienden als een communicatiemechanisme tussen managers en werkers, en beheerden een hele serie van levenslange en bijna gratis voorzieningen: huisvesting, zorg, onderwijs, sociale zekerheid en pensioen – de zogenaamde ‘ijzeren rijstkom’.

Toen het socialistisch systeem eenmaal ontmanteld was, bleven de vakbonden over, met een virtueel monopolie. Zij hadden weinig interesse in het bevechten van goede werkomstandigheden, noch enige ervaring met het contractuele en werkvloeractivisme dat het Westerse vakbondsmodel kenmerkt. Sinds het begin van de markthervormingen hebben vakbondsleiders niets meer gedaan dan het beschermen van de nieuwe kapitalistische status quo. Zij zijn veelal betrokken in corrupte en schimmige allianties met managers en lokale ambtenaren, in het bijzonder bij de privatiseringen van de vroegere staatsbedrijven.
In de meeste gevallen waar er een vakbond in een bedrijf wordt opgezet, in het bijzonder wanneer buitenlandse bedrijven daarmee akkoord gaan, zoals regelgeving dat ook verplicht, kiest het management de ‘leiders’, of vult zulke posities zelf. Er is echter een interessante onwikkeling gaande. De ACFTU is in snel tempo de belangrijkste buitenlandse bedrijven aan het organiseren.— een reactie op groeiende arbeidsonrust, toenemende politieke druk en de angst dat onafhankelijke vakbonden het huidige vacuüm zullen opvullen. Nu de staatsbedrijven gesloten of geprivatiseerd worden en overgegaan wordt op goedkope, ongeorganiseerde migrantenarbeiders, heeft de officiële vakbond haar ledental drastisch zien dalen en haar invloed zien afnemen. Alleen door serieuzer te organiseren in de tot nu toe vakbondsvrije buitenlandse sectoren en onder migranten, kan de ACFTU haar oude positie heroveren. Ook de overheid zet druk op de ACFTU, na arbeidsschandalen en uit angst voor groeiende protesten. Alhoewel het grootste deel van de recente campagnes nog steeds top-down van karakter is, zijn er ook gevallen van organizing van onderop, die het begin zouden kunnen inluiden van een nieuwe fase in het vakbondsactivisme.

De doorbraak kwam gek genoeg bij Wal-Mart — een bedrijf dat bekend staat om zijn harde antivakbondshouding. Maar het was juist deze koppigheid die Wal-Mart de das om deed. Had het bedrijf vanaf het begin samengewerkt met de ACFTU, dan had het de typische ‘bedrijfsvakbond’ kunnen opzetten. In plaats daarvan probeerde Wal-Mart de vakbond buiten te sluiten in haar snel groeiende aantal winkels. Geconfronteerd met deze houding namen lokale vakbondsmensen het nog niet eerder vertoonde initiatief om zelf naar de werkers te gaan en ze lid te maken. Omdat volgens de wet elke willekeurige vijfentwintig werknemers een vakbond kunnen vormen die dan officieel erkend moet worden, bleek het op deze wijze organiseren van Wal Mart heel eenvoudig - iets wat in geen enkel ander land is gelukt, lukt dus wel in China. Op 28 juli 2006, werd de eerst Wal-Mart winkel in Quanzhou Stad georganiseerd, in de provincie Fujian9. Meer winkels zouden volgen - tweeëntwintig van de zestig in minder dan drie weken - en later zelfs het nationale hoofdkantoor in Shenzhen, waar een zevenentwintigjarige verkozen werd tot hoofd van de vakbond. Deze beweging verspreidde zich als een lopend vuurtje naar andere bedrijven.
Daaronder bevond zich Foxconn, dat net als Wal-Mart eerdere pogingen had gefrustreerd om een officiële topdown-vakbond in te stellen. In navolging van het succesvolle nieuwe organisatiemodel bij Wal-Mart, probeerde de ACFTU opnieuw de Longhua fabrieken te organiseren. De actie vond plaats op een zondag, op oudejaarsdag 2006, organizers gingen de fabriek in, registreerden 118 arbeiders en kondigden terstond de oprichting van de vakbond aan. Het management noch de partijbaas van de Communistische Partij waren geïnformeerd. De acties hebben het imago van de Chinese vakbeweging danig veranderd. Niet lang daarna braken enkele Amerikaanse vakbondsleiders met het oude koude oorlog-beleid van de Amerikaanse vakbonden. Dit hield in dat de ACFTU slechts gezien werd als een front voor de regering en geboycot werd. In mei 2007 vond een topoverleg plaats tussen de Chinese vakbond en de Amerikaanse ‘Change to Win’-coalitie (een associatie van bonden die positief staan tegenover een offensiever, down-to-earth vakbonds-activisme – red.).

De oplopende politieke druk met betrekking tot vakbonds-activisme is ver-oorzaakt door een aantal recente schandalen. Al-lereerst kwamen verhalen naar buiten over sla-venarbeid in de steenovens en koolmijnen in de provincies van Shanxi en Henan. Velen van de betrokken werkers waren tieners of nog jonger, sommigen gekidnapped of met mentale handicaps, en velen slecht behandeld of zelfs fysiek misbruikt. Zelfs in een land waar men gewend is geraakt aan de mishandeling van werkers, waren deze horrorverhalen een schok voor het nationale bewustzijn. Dit kinderarbeidschandaal is echter nog maar de top van de ijsberg. In Shenzhen bijvoorbeeld onthulde een onderzoek in 2006 hoe in één enkele electronicafabriek in Yonghong tweehonderd kinderen onder de zestien werkten. Velen van hen waren studenten, die het werk deden om hun schoolgeld af te betalen, virtuele gevangenen van een deal tussen de werkgever en hun school.

Om meer van dat soort schandalen te voorkomen, creëerde de overheid een al veel eerder beloofde ‘wet op het arbeidscontract’ om werkers van meer rechten te voorzien. De wet is speciaal gericht op migranten, en verplicht de werkgevers ertoe om geschreven contracten uit te geven en tijdelijke banen om te zetten in duurzamere contracten met extra sociale rechten. Daarbovenop kan de ACFTU nu collectief onderhandelen. De wet kwam erdoor ondanks krachtige bezwaren en een sterke lobby van buitenlandse bedrijven, waaronder die van de VS, die protesteerden dat het hun belangrijkste reden om te investeren in China dreigt te ondergraven: een grote reserve aan gehoorzame laagbetaalde werknemers, die machteloos zijn om iets aan hun situatie te veranderen.
Er zijn desalniettemin grote twijfels over hoeveel er daadwerkelijk zal veranderen, aangezien structurele verandering alleen mogelijk is als de ACFTU systematisch toeziet op de implementatie en naleving van de regels en vastberaden inzet op organisatie in de fabrieken — beide zijn in het verleden problematisch gebleken. Een veelbetekenend symbool van de locale reactie op de veranderigen, is een reeks van recente gewelddadige aanvallen op mensenrechtenactivisten in het Shenzhen-gebied, wiens kantoren kort en klein geslagen werden. Een van de belangrijkste organisaties zag zich na zo’n aanval gedwongen om haar deuren te sluiten.10

VERVREEMDING IN STAD EN LAND

De vervreemding onder jongeren van het platteland sijpelt over naar de stad, zelfs onder degenen die het redelijk goed hebben. Een goedgeklede twintiger, een technicus, besprak in heftige bewoordingen de krachten die niet alleen inwerken op de plattelandsgebieden, maar ook op zijn eigen milieu, de geprivilegieerde stedelijke middenklasse. Hij werkt bij een high-techbedrijf en reist heel China door om kantoormachines te repareren. Hij heeft zijn wortels in het platteland, en is niet vergeten waar hij vandaan komt of hoe het leven is van degenen die hij daar heeft achtergelaten. Zijn ouders zijn boeren in de omgeving van Suzhou, in de provoncie Jiangsu aan de oostkust nabij Shanghai. Maar er is weinig landbouw overgebleven in dat gebied. Ze probeerden eieren te verkopen, maar “te veel concurrentie, dalende prijzen en stijgende kosten” maakte dat onmogelijk. Ze leven nu van wat ze zelf verbouwen. De familie besteedde vijftig duizend yuan aan zijn middelbare school, maar hij kan zich nog steeds geen universiteit of hogeschool veroorloven.
Volgens president Hu Jintao en premier Wen Jiabao, stevent China af op een ‘harmonieuze maatschappij’ waar sociale spanningen worden weggewerkt. Het is een teken aan de wand dat deze jonge technicus zich niet alleen zeer bewust was van de klassemaatschappij die China is, maar ook opvallend gefrustreerd en brandend van verlangen naar radicale veranderingen. Het meest opmerkelijke aan zijn kritiek waren niet zozeer de details, maar de diepgang van zijn vervreemding met betrekking tot bijna alles wat er nu in China gebeurt - de crisis op het platteland, corruptie in de regering en het bedrijfsleven, onmenselijke werkomstandigheden, sociale polarisatie, gebrek aan democratische controle. Ook leverde hij kritiek op de Chinese opstelling over de oorlog in Irak. Dat hij dit alles zonder omhaal kenbaar maakt in een willekeurige ontmoeting met een buitenlander, is veelzeggend. Een van zijn belangrijkste zorgen was het gebrek aan sociale stabiliteit dat hij verbond met de ‘get rich quick’-mentaliteit en de groeiende klassenpolarisatie die momenteel allesoverheersend zijn in China. Hij klaagde dat de bovenste vijf procent fortuinen vergaart, terwijl de onderste 50% bijna niets heeft. Hij voegde daaraan toe dat deze scheidslijnen ook geografisch waren: “het oosten van China is zoals de VS en Europa, terwijl het westen een soort Afrika is.”

De groeiende tegenstellingen in het hedendaagse China leidden tot een steeds terugkerend verlangen naar meer radicale verandering. Dit neemt de vorm aan van een telkens groeiende hoeveelheid protesten, steeds beter georganiseerd, met duizenden arbeiders, migranten, en boeren. Zelfs al blijft het niveau van organisatie van radicale groepen heel erg laag, degenen die een breekpunt van frustratie en woede bereiken groeit, en kan een kritische massa vormen. Zoals een jonge professional het zei: “Mensen van vandaag hebben meer geld en spullen, maar ze zijn niet tevreden.” Naar zijn mening is de situatie zeer explosief, zeker op het platteland, waar “80% van de boeren op het randje zitten”.
De snel veranderende levens en werkomstandigheden van het hedendaagse China maken het zeer onwaarschijnlijk dat de ‘harmonieuze maatschappij’ zoals voorgesteld door het huidige leiderschap, zich zal stabiliseren op de langere termijn. Als en wanneer de jonge generatie Chinese werkers hun stem vindt, kan het zijn dat zij eens temeer ‘de wereld doen opschudden’, en daarmee niet alleen hun eigen land transformeren, maar de hele huidige golf van globalisering, op een schaal die onvoorstelbaar is.

Dit is een ingekorte versie van het artikel “City of Youth. Shenzhen, China” dat in juni 2008 verscheen in de Amerikaanse Monthly Review - http://www.monthlyreview.org/080623weil.php.

Robert Weil is senior fellow aan het Oakland Institute en auteur van Red Cat, White Cat: China and the Contradictions of “Market Socialism” (Monthly Review Press, 1996). Het onderzoek naar Shenzhen werd uitgevoerd samen met Fred Engst, die ook geholpen heeft bij het herzien van aantekeningen en eerdere schetsen van het materiaal. De verantwoordelijkheid voor mogelijke fouten in feiten of analyse ligt, zoals altijd, bij de auteur.
 

Noten:

1 Shenzhen Daily, 27 mei 2007,
http://www.china.org.cn/english
2 http://www.tdctrade.com; Human Resources,
no. 7 [I juli 2006]
3 Victorinox Hong Kong Lmt.
4 “Foxconn Refutes UK Media Labor Allegations”,
http://china.org.cn/English, 1 juni 2006.
5 San Francisco Chronicle, 16 juli 2006.
6 San Francisco Chronicle, 16 juli 2006.
7 English People’s Daily Online, 5 juli 2006.
8 http://iso.china-labour.org.hk, 17 augustus, 2006; English People’s Daily Online, 5 juli 2006.
9 Anita Chan, “Organizing Wal-Mart,” Japan Focus, 8 september 2006.
10 Citizens’ Rights and Livelihood Watch, 21 november, 2007, China Labor News Translations,
http://www.clntranslations.org.